Een tijd geleden besloot ik om actief weer aan mijzelf te gaan werken. Door alles wat het gezin van mij vroeg (met twee kinderen die allebei iets extra’s nodig hadden) was ik vergeten om ook aan mezelf te denken. Te vaak ging ik over mijn grenzen, te vaak legde ik mijn prioriteiten ergens anders. Zo raakte ik langzaam maar zeker in een negatieve spiraal

Daarom kwam ik op het idee om te beginnen met een Rots en Water training. Deze training wordt veel op basisscholen gegeven, waar kinderen leren om assertiever te zijn of juist meer ruimte te geven aan anderen. Maar er zijn ook trainingen voor volwassenen. Want ook wij mogen er best aan herinnerd worden dat we zowel rots als water kunnen zijn.

Wat ik vooral wilde,was dichter bij mijzelf komen. Voelen waar ik stond. Leren of ik standvastig als een rots kon zijn, juist als het moeilijk werd. En of ik kon meebewegen als water wanneer dingen eigenlijk langs me heen mochten stromen. Loslaten, maar tegelijkertijd ook duidelijk mijn grenzen aangeven. Twee dingen waar ik op dat moment enorm mee worstelde.

Tussen voelen en spreken

Dus: zo gezegd zo gedaan. De groep voelde prettig en veilig. Er waren twee mensen die ik al kende via een inloop, wat voor mij fijn voelde.  Ook de nieuwe gezichten zorgden ervoor dat het voor mij een fijne groep was. We spraken over wie we waren, waar we aan wilden werken maar ook over hoe grenzen stellen er voor ieder van ons uit zag.

Een van de oefeningen ging over het fysiek voelen van je eigen grenzen. Iemand liep op je af en jij gaf aan wanneer de afstand voor jou goed voelde. Dit was echt een eye-opener voor me. Ik merkte dat er een soort pauze zat tussen het voelen van mijn grens en het aangeven ervan. Een soort error. En in die pauze zat geen stop. Waardoor de ander uiteindelijk dichterbij kwam dan ik eigenlijk wilde. Dat besef was confronterend, maar ook verhelderend.

Het plankje, mijn grens, mijn kracht

We werkten ook met innerlijke kracht. Voelen wat je daadwerkelijk kunt. Slaan tegen een kussen, doseren, kracht inzetten — maar nooit op 100%, omdat het een oefensituatie was. En toch: ik voelde mijn kracht.

En toen kwam het laatste moment. De afronding van de Rots en Water-training: het doorslaan van een houten plankje. Met één hand. Maar eerst schreef je er een boodschap op. Ik koos voor een quote uit Dune van Frank Herbert:

I must not fear. Fear is the mind-killer. Fear is the little-death that brings total obliteration. I will face my fear. I will permit it to pass over me and through me. And when it has gone past I will turn the inner eye to see its path. Where the fear has gone there will be nothing. Only I will remain.

Ik ging op mijn knieen zitten. Ik ademde diep in en keek naar mijn doelwit. Ik zou mijn eigen angsten en onzekerheden confronteren. Ik zou mijzelf niet langer op de laatste plaats zetten. Ik zou er mogen zijn.  Mijn focus lag op mijn sociale angst, dat hardnekkige gevoel dat ik er nooit echt bij hoorde. En met één korte klap was het plankje doormidden.

Wat volgde was een gevoel van overwinning. Van kracht. Van leven. Het stroomde door mijn hele lijf. Vanuit rust naar kracht. Een helderheid waarin mijn ADHD even geen macht over me had. Het voelde bevrijdend. Het voelde goed.

Hier wilde ik meer van.
En dat zou er komen, maar daarover later meer.

Wil je op de hoogte blijven wanneer er een nieuwe blog online komt? Schrijf je dan nu in voor de nieuwsbrief


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *